Veilig rijden begint met weten wie er nog meer op de weg is. De Nederlandse verkeerswet deelt weggebruikers in verschillende categorieën in, elk met eigen regels, snelheden en verplichtingen. Voor het CBR-examen moet je deze categorieën door en door kennen. Dit artikel behandelt elk type weggebruiker dat je kunt tegenkomen, van voetgangers tot voorrangsvoertuigen.
Wie is een weggebruiker?
Een weggebruiker is iedereen die deelneemt aan het verkeer. De Nederlandse wet verdeelt alle weggebruikers in twee hoofdgroepen:
- Voetgangers — iedereen die te voet aan het verkeer deelneemt
- Bestuurders — alle overige weggebruikers
Dat is alles. Ben je geen voetganger, dan ben je een bestuurder. Dit onderscheid is belangrijk omdat voor elke groep andere regels gelden.
Voetgangers
Iedereen die zich te voet verplaatst, is een voetganger. Dat geldt ook voor personen die je misschien niet meteen als voetganger zou beschouwen:
- Iemand die naast een fiets, bromfiets of motorfiets loopt
- Skateboarders en skeeleraars
Er is één belangrijke uitzondering: een persoon die een paard aan de hand begeleidt, is altijd een bestuurder, ook wanneer diegene te voet loopt.
Gebruikers van een gehandicaptenvoertuig (scootmobiel) worden ook als voetganger behandeld wanneer zij op het voetpad of trottoir rijden.
Waar moeten voetgangers lopen? Op het trottoir of voetpad. Als dat er niet is, mogen zij het fiets-/bromfietspad gebruiken. Is dat er ook niet, dan mogen zij in de berm of langs de kant van de weg lopen.

Bestuurders
Alle weggebruikers die geen voetganger zijn, zijn bestuurders. De wet verdeelt bestuurders in vier categorieën:
- Niet-motorvoertuigen — fietsers, bromfietsers, trams en dergelijke
- Motorvoertuigen — auto's, motorfietsen, vrachtauto's, bussen
- Voorrangsvoertuigen — politie, ambulances, brandweer
- Geleiders van rijdieren, trekdieren of vee
Elke categorie volgt eigen regels. Het begrijpen van de verschillen is essentieel voor het CBR-examen.
Motorvoertuigen
Tot de categorie motorvoertuigen behoren alle voertuigen met een motor — maar de wet sluit een aantal typen nadrukkelijk uit. De volgende worden niet als motorvoertuig beschouwd, ook al hebben ze een aandrijving:
- Bromfietsen en snorfietsen
- Brommobielen
- E-bikes (fietsen met trapondersteuning)
- Gehandicaptenvoertuigen, zoals scootmobielen
- Railvoertuigen (trams en treinen)
Al deze uitzonderingen vallen onder de niet-motorvoertuigen.
Wat telt dan wel als motorvoertuig? Denk aan personenauto's, elektrische auto's, motorfietsen, vrachtauto's, bussen en landbouwvoertuigen.
Let op: met een motorvoertuig mag je niet rijden op het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets-/bromfietspad of het ruiterpad.

Niet-motorvoertuigen
Het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV) classificeert bepaalde voertuigen met motor als niet-motorvoertuigen. Dit is een belangrijk juridisch onderscheid, omdat voor deze voertuigen andere regels gelden dan voor motorvoertuigen.
Niet-motorvoertuigen zijn onder meer:
- Fietsen
- Trams en treinen
- Bromfietsen
- Snorfietsen
- Brommobielen
Motorrijtuigen
Let op: een motorrijtuig is iets anders dan een motorvoertuig. De Wegenverkeerswet definieert een motorrijtuig als een voertuig dat bedoeld is om niet over rails te rijden en dat geheel of gedeeltelijk wordt aangedreven door mechanische kracht aan boord, of door elektrische tractie met stroom van buitenaf. Fietsen met trapondersteuning zijn hiervan uitgezonderd.
Welke voertuigen zijn motorrijtuigen? Onder meer:
- Personenauto's, motorfietsen, bussen en vrachtauto's
- Bromfietsen, snorfietsen en brommobielen
Een paar voorbeelden om het verschil te verduidelijken:
- Een snorfiets is geen motorvoertuig, maar wel een motorrijtuig
- Een auto is zowel een motorvoertuig als een motorrijtuig
- Een tram is geen motorvoertuig en ook geen motorrijtuig
Verzekeringsplicht: elk motorrijtuig moet verzekerd zijn voordat het de weg op mag. Hier bestaan geen uitzonderingen op.
Voorrangsvoertuigen
Voorrangsvoertuigen hebben alleen voorrang wanneer zij tegelijkertijd blauwe zwaailichten en een sirene gebruiken. Ook voertuigen die er uiterlijk niet als voorrangsvoertuig uitzien, worden voorrangsvoertuig zodra zij deze signalen activeren.
Voorbeelden van voorrangsvoertuigen:
- Politieauto's
- Ambulances
- Brandweerwagens
Een dierenambulance met optische en geluidssignalen is geen voorrangsvoertuig.

Gele zwaailichten maken een voertuig geen voorrangsvoertuig. Gele zwaailichten worden gebruikt bij wegwerkzaamheden of om te waarschuwen voor bijzondere of gevaarlijke situaties. Je ziet ze op straatveegmachines, landbouwvoertuigen en onderhoudsvoertuigen.
Kwetsbare weggebruikers
Ongeveer 75% van alle verkeersslachtoffers in Nederland zijn kwetsbare weggebruikers. Een kwetsbare weggebruiker is iemand die:
- Een hogere kans dan gemiddeld heeft om slachtoffer te worden van een verkeersongeval
- Zelf vrijwel geen bedreiging vormt voor andere weggebruikers
- Deelneemt aan het verkeer met beperkte externe bescherming
Tot deze categorie behoren:
- Voetgangers
- Kinderen en jongeren
- Fietsers
- Ouderen
- Mensen met een beperking
- Bromfietsers (inclusief snorfietsers en brommobielbestuurders)
- Motorrijders
- Ruiters en geleiders van rijdieren, trekdieren en vee
Kinderen
Kinderen herkennen gevaarlijke situaties vaak niet en stappen of rennen soms zonder te kijken de weg op. Let daarom extra goed op bij scholen, speelplekken en woonstraten. Omdat kinderen kleiner zijn dan volwassenen, vallen ze minder snel op — zeker wanneer ze onverwacht tussen geparkeerde auto's vandaan komen.

Fietsers
Het gedrag van fietsers is niet altijd voorspelbaar: ze veranderen soms van richting zonder dit aan te geven met hun arm. Bij regen, wind of wanneer ze zwaar beladen zijn, hebben fietsers minder grip op hun stuur en wijken ze sneller uit. Houd daarom altijd voldoende afstand en schenk ze extra aandacht.
Ouderen
Bij ouderen nemen het gezichtsvermogen en het gehoor geleidelijk af, waardoor ze verkeer later opmerken. Ook hun reactietijd is vaak langer. Houd er rekening mee dat zij een verkeerssituatie niet altijd direct goed kunnen beoordelen, en geef hun de ruimte om rustig te handelen.
Ruiters, trekdieren en vee
Dieren schrikken snel van motorgeluid, claxons of onverwachte bewegingen. Pas als bestuurder je snelheid aan, houd voldoende afstand en vermijd plotselinge manoeuvres. Haal alleen in als er ruim voldoende ruimte is, met royale zijafstand en op lage snelheid.
Mensen met een beperking
Slechtzienden en slechthorenden merken je soms pas op het laatste moment op. Sommigen hebben een (reflecterend) bordje op hun fiets of bij zich om aan te geven dat zij minder goed kunnen zien of horen. Let op deze signalen en pas je rijgedrag aan.
Bromfiets
Een bromfietser moet op het fiets-/bromfietspad rijden. Op het fietspad alleen mag de bromfietser niet komen. Wanneer er geen fiets-/bromfietspad is, mag de bromfietser op de rijbaan rijden.
Regels voor bromfietsen:
- Helm is verplicht
- De bestuurder moet een bromfietsrijbewijs (AM) hebben
- Minimumleeftijd: 16 jaar
- Geel bromfietskenteken verplicht

Maximumsnelheden:
| Locatie | Snelheidslimiet |
|---|---|
| Rijbaan | 45 km/u |
| Fiets-/bromfietspad buiten de bebouwde kom | 40 km/u |
| Fiets-/bromfietspad binnen de bebouwde kom | 30 km/u |
Snorfiets
De snorfiets is een lichtere versie van de bromfiets. Een snorfiets mag op het fietspad, het fiets-/bromfietspad of op de rijbaan rijden als geen van beide aanwezig is.
Regels voor snorfietsen:
- Volgt dezelfde verkeersregels als fietsers, tenzij anders is bepaald
- Maximumsnelheid: 25 km/u
- Helm verplicht sinds 1 januari 2023 (ook voor passagiers)
- Bromfietsrijbewijs (AM) vereist
- Minimumleeftijd: 16 jaar
- Blauw kenteken

In bepaalde steden, zoals Amsterdam en Utrecht, geven verkeersborden aan dat snorfietsers op de rijbaan moeten rijden in plaats van op het fietspad. Dit is bedoeld om de doorstroming op fietspaden te verbeteren en de verkeersveiligheid te vergroten.
Motorfiets
Een motorfiets is een motorvoertuig op twee wielen, eventueel met zijspan of aanhangwagen. Voor motorfietsen gelden dezelfde snelheidslimieten als voor personenauto's.
Regels voor motorfietsen:
- Helm is verplicht
- Geel kenteken vereist
- De bestuurder moet een motorrijbewijs categorie A hebben
- Bestuurders van gemotoriseerde driewielers hebben ook een motorrijbewijs nodig
Brommobiel
Een brommobiel is een bromfiets op meer dan twee wielen, voorzien van een gesloten carrosserie. Het lijkt op een kleine auto, maar verwar het niet met een gehandicaptenvoertuig.
De bestuurder van een brommobiel moet de regels voor automobilisten volgen, tenzij anders is bepaald.
Regels voor brommobielen:
- Maximumsnelheid: 45 km/u
- Moet op de rijbaan rijden — niet toegestaan op autosnelwegen en autowegen
- Bromfietsrijbewijs (AM) vereist
- Minimumleeftijd: 16 jaar
- Geel bromfietskenteken

Gehandicaptenvoertuig / Scootmobiel
Een gehandicaptenvoertuig is bedoeld voor mensen met een handicap, maar ook personen zonder handicap mogen er een besturen. Het voertuig mag niet breder zijn dan 1,10 meter. Een gehandicaptenvoertuig is geen bromfiets. Voor een scootmobiel gelden dezelfde regels.
Regels:
- Mag overal rijden, behalve op de autoweg en autosnelweg
- Volgt voetgangersregels op het voetpad
- Volgt bestuurdersregels op het fietspad, fiets-/bromfietspad of de rijbaan
- Geen kenteken nodig
- Geen rijbewijs nodig
Maximumsnelheden:
| Locatie | Snelheidslimiet |
|---|---|
| Voetpad of trottoir | 6 km/u |
| Fiets-/bromfietspad binnen de bebouwde kom | 30 km/u |
| Fiets-/bromfietspad buiten de bebouwde kom | 40 km/u |
| Rijbaan | 45 km/u |

E-bike (Elektrische fiets)
Een e-bike is een fiets met elektrische trapondersteuning. Hiervoor gelden exact dezelfde regels als voor een gewone fiets.
Belangrijke feiten:
- Elektrische trapondersteuning stopt bij 25 km/u
- Geen rijbewijs nodig
- Geen kenteken nodig
Speed pedelec
Een speed pedelec is een elektrische fiets waarvan de trapondersteuning ook boven de 25 km/u blijft werken. In tegenstelling tot een gewone e-bike valt een speed pedelec onder de bromfietsregels.
Regels voor speed pedelecs:
- Moet het fiets-/bromfietspad gebruiken; moet op de rijbaan rijden als dat er niet is
- Blauw bromfietskenteken vereist
- Bromfietsrijbewijs (AM) vereist
- Moet een speedpedelec-helm of bromfietshelm dragen
- Minimumleeftijd: 16 jaar

Maximumsnelheden:
| Locatie | Snelheidslimiet |
|---|---|
| Rijbaan | 45 km/u |
| Fiets-/bromfietspad buiten de bebouwde kom | 40 km/u |
| Fiets-/bromfietspad binnen de bebouwde kom | 30 km/u |
Bus of autobus
Een autobus is een motorvoertuig dat is ingericht voor het vervoer van meer dan 8 personen, exclusief de bestuurder.
Soorten bussen zijn onder meer lijnbussen, touringcars en T100-bussen.
Maximumsnelheden:
| Locatie | Snelheidslimiet |
|---|---|
| Binnen de bebouwde kom | 50 km/u |
| Buiten de bebouwde kom | 80 km/u |
| Autoweg of autosnelweg | 80 km/u |
| T100-bus op autoweg of autosnelweg | 100 km/u |
Een T100-bus voldoet aan strenge veiligheidseisen en mag daardoor 100 km/u rijden op autowegen en autosnelwegen, terwijl gewone bussen maximaal 80 km/u mogen.
Segway en bijzondere bromfietsen
De Segway valt onder de categorie bijzondere bromfiets. Je moet ermee op het fietspad of fiets-/bromfietspad rijden; is dat er niet, dan rijd je op de rijbaan. Voor mensen met een handicap geldt een uitzondering: zij mogen de Segway ook op het voetpad of trottoir gebruiken, waarbij ze zich aan de voetgangersregels houden en niet sneller dan 6 km/u mogen.
Regels voor bijzondere bromfietsen:
- Maximumsnelheid: 25 km/u
- Geen helmplicht
- Geen rijbewijs nodig
- Kenteken verplicht vanaf 1 januari 2025
Andere voorbeelden van bijzondere bromfietsen zijn de Swing en de Stint.
Vrachtauto
Een vrachtauto is een motorvoertuig met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg, ingericht voor het vervoer van goederen.
Rijbewijsvereisten:
- Rijbewijs C1 voor voertuigen tot 7.500 kg
- Rijbewijs C voor voertuigen boven 7.500 kg

Maximumsnelheden:
| Locatie | Snelheidslimiet |
|---|---|
| Binnen de bebouwde kom | 50 km/u |
| Buiten de bebouwde kom | 80 km/u |
| Autoweg of autosnelweg | 80 km/u |
Ruiter
Een ruiter moet het ruiterpad gebruiken wanneer dat beschikbaar is. Als er geen ruiterpad is, mag de ruiter de rijbaan of de berm gebruiken.
Een ruiter is altijd een bestuurder — ook wanneer hij of zij het paard te voet begeleidt.

Motorrijtuigen met beperkte snelheid (MMBS)
Motorrijtuigen met beperkte snelheid (MMBS) rijden niet harder dan 25 of 45 km/u. Voor veel van deze voertuigen heb je een T-rijbewijs nodig.
Voorbeelden zijn straatveegmachines, maaimachines, vorkheftrucks, wegtreintjes en graafmachines.
Geen rijbewijs is nodig voor MMBS-voertuigen die:
- Niet breder zijn dan 130 cm
- Worden gebruikt om te maaien, vegen, sneeuw te ruimen, gladheid te bestrijden, hondenpoep te verzamelen of onkruid te bestrijden
- Geen aanhangwagen of verwisselbare machine kunnen trekken
Deze voertuigen gebruiken doorgaans gele zwaailichten om andere weggebruikers te waarschuwen.
Overzicht: voertuigcategorieën in één oogopslag
| Voertuig | Rijbewijs | Leeftijd | Kenteken | Motorvoertuig? | Motorrijtuig? | Verzekering? |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Voetganger | — | — | — | Nee | Nee | Nee |
| Fietser | — | — | — | Nee | Nee | Nee |
| E-bike | — | — | — | Nee | Nee | Nee |
| Gehandicaptenvoertuig | — | — | — | Nee | Ja | Ja |
| Snorfiets | AM | 16 | Blauw | Nee | Ja | Ja |
| Bromfiets | AM | 16 | Geel | Nee | Ja | Ja |
| Brommobiel | AM | 16 | Geel | Nee | Ja | Ja |
| Speed pedelec | AM | 16 | Blauw | Nee | Ja | Ja |
| Auto | B | 17-18 | Geel | Ja | Ja | Ja |
| Motorfiets | A | 18-24 | Geel | Ja | Ja | Ja |
| Vrachtauto | C | 18-21 | Geel | Ja | Ja | Ja |
| Bus | D | 18 | Geel | Ja | Ja | Ja |
| Tractor | T | 16 | — | Ja | Ja | Ja |

Risico's van andere verkeersdeelnemers