Gratis CBR Theorieboek

Voertuiguitrusting Voertuiguitrusting: Aanhangwagens, Verlichting & Lading

Alles wat je moet weten over het trekken van aanhangwagens, het juiste gebruik van voertuigverlichting en het veilig vervoeren van lading β€” essentiΓ«le kennis voor het CBR theorie-examen.


Deel 1: Aanhangwagens & Trekken

Welk Rijbewijs Heb Je Nodig?

De vereiste rijbewijscategorie voor het trekken van een aanhangwagen hangt af van de toegestane maximummassa (leeg gewicht + maximaal laadvermogen). De volgende regels gelden voor rijbewijzen categorie B, afgegeven op of na 19 januari 2013.

Categorie B staat je toe om:

Categorie B+ (code 96) staat je toe om:

Categorie BE staat je toe om:

Belangrijke regel: Als je aanhangwagen 750 kg of minder weegt, mag het gecombineerde gewicht van auto en aanhangwagen wel boven de 3.500 kg uitkomen met een gewoon B-rijbewijs. Zodra de aanhangwagen meer dan 750 kg weegt, geldt de gecombineerde limiet van 3.500 kg strikt.

Oranje auto trekt een geladen aanhangwagen

Praktische Voorbeelden

Auto (max. toegestane massa) Aanhangwagen Gecombineerd Vereist rijbewijs
3.000 kg 650 kg 3.650 kg B βœ… (aanhangwagen ≀ 750 kg)
2.500 kg 900 kg 3.400 kg B βœ… (onder 3.500 kg)
3.000 kg 850 kg 3.850 kg B+ (code 96)
2.500 kg 2.000 kg 4.500 kg BE

Maximale Afmetingen Aanhangwagen


Trekvermogen

Overschrijd nooit het trekvermogen dat op je kentekenbewijs staat vermeld. Het getrokken gewicht moet altijd binnen deze limiet blijven.


De Trekhaak

Een trekhaak wordt achter op je auto gemonteerd en dient om een aanhangwagen of caravan te trekken, of om een fietsendrager te bevestigen. De trekhaak moet:

Close-up van een trekhaak met kogelkoppeling achter op een auto, met de kentekenplaat goed zichtbaar

Losbreekreminrichting

Een losbreekreminrichting zorgt ervoor dat de remmen van de aanhangwagen automatisch worden aangetrokken als de verbinding tussen een geremde aanhangwagen en het trekkende voertuig verbreekt. Het losbreekkabeltje breekt, waardoor de remmen in werking treden en de aanhangwagen tot stilstand komt.

Aanhangwagen gekoppeld op de trekhaakkogel, met de losbreekkabel rechtstreeks vastgemaakt aan het speciale gat in de trekhaakbeugel en niet aan de kogel

Hoe Bevestig Je de Losbreekkabel?

Bevestig de kabel rechtstreeks aan het trekkende voertuig of aan een speciaal bevestigingspunt op de trekhaak. De meeste trekhaken hebben een geboord gat of een beugel die hiervoor bedoeld is. Bevestig de kabel nooit aan de hals of de kop van de trekhaak β€” als de koppelingskop het begeeft, blijft die waarschijnlijk aan de aanhangwagen zitten, waardoor de losbreekschakelaar niet in werking treedt.

Vergelijking van juiste en onjuiste bevestiging van de losbreekkabel: juist aan het bevestigingsoog van de trekhaak, fout rond de trekhaakkogel

Hulpkoppeling (Veiligheidskabel)

Een hulpkoppeling vormt een reserveverbinding tussen de aanhangwagen en de auto door middel van een stalen kabel. Als de hoofdkoppeling losraakt, blijft de aanhangwagen fysiek verbonden met het voertuig.

Belangrijk: Gebruik nooit tegelijkertijd een losbreekkabel en een hulpkoppeling β€” ze werken tegengesteld. Een hulpkoppeling kan voorkomen dat de losbreekkabel de remmen activeert wanneer een geremde aanhangwagen losraakt.


Kogeldruk (Neusgewicht)

Kogeldruk is de neerwaartse kracht die de dissel van de aanhangwagen op de trekhaakkogel uitoefent. Correcte belading is essentieel voor de stabiliteit:

Drie beladingssituaties van een aanhangwagen: juiste kogeldruk, te hoge kogeldruk en te lage kogeldruk, met pijlen die de kracht op de trekhaakkogel aangeven

Lading Vastzetten op een Aanhangwagen

Lading mag nooit het risico lopen om van de aanhangwagen te vallen. Je bent verplicht de lading te afdekken of vast te zetten wanneer er enig risico bestaat dat deze tijdens het rijden los kan komen. Geschikte hulpmiddelen zijn aanhangwagennetten, zeilen en spanbanden.


Kentekenplaat Aanhangwagen

Fietsendrager voorzien van een witte kentekenplaat

Trekken op Autosnelwegen en Autowegen

Motorvoertuigen die een aanhangwagen trekken waarbij de totale combinatie langer is dan 7 meter, mogen alleen op de twee rechter rijstroken rijden wanneer er drie of meer rijstroken beschikbaar zijn. Een geopende spitsstrook telt hierbij ook als rijstrook. De beperking geldt niet wanneer je moet voorsorteren naar een andere rijstrook om je bestemming te bereiken.

Infographic van een auto met gesloten aanhangwagen op een driestrooks autosnelweg, gezien van schuin achterboven: groene vinkjes op de twee rechter rijstroken, een rood kruis op de linker rijstrook naast de middenberm

Verplichte Verlichting op Aanhangwagens

Elke aanhangwagen moet zijn uitgerust met:


Deel 2: Voertuigverlichting

Correct gebruik van verlichting houdt je veilig en zichtbaar. Elk voertuig moet werkende verlichting hebben β€” je mag niet rijden met defecte verlichting, ook niet overdag.

Dimlicht

Dimlicht is je belangrijkste rijverlichting. Het werpt een naar beneden gerichte lichtbundel die de weg verlicht zonder tegenliggers te verblinden. Je moet dimlicht inschakelen wanneer:

Nachtinfographic: een auto rijdt op een donkere weg met dimlicht aan, twee korte naar beneden gerichte lichtbundels vormen een lichtvlek op de weg vlak voor de auto, met het groene dimlicht-dashboardsymbool rechtsboven

Dimlicht hoeft niet aan als de mistlichten al branden.


Groot Licht

Groot licht biedt maximale verlichting vooruit, maar kan andere weggebruikers ernstig verblinden. Gebruik groot licht alleen als er geen ander verkeer in de buurt is.

Je mag geen groot licht gebruiken:

Nachtinfographic: een auto rijdt op een donkere weg met groot licht aan, twee felle lichtbundels verlichten de weg ver vooruit, met het blauwe grootlicht-dashboardsymbool rechtsboven

Stadslicht / Parkeerlicht

Parkeerlichten zijn geen rijverlichting. Je gebruikt ze wanneer je voertuig stilstaat in het donker of bij slecht zicht:

Als je op een plek moet stoppen waar naderende bestuurders je mogelijk niet goed kunnen zien, schakel dan je stadslichten en achterlichten in om beter zichtbaar te zijn.

Nachtinfographic: een auto geparkeerd langs de stoeprand in het donker met stadslicht aan β€” witte lichten aan de voorkant en zacht rood achterlicht β€” met het groene parkeerlicht-dashboardsymbool in de hoek

Mistlichten

Mistlichten helpen je om te zien en gezien te worden bij extreme weersomstandigheden. Voor voor- en achtermistlichten gelden verschillende regels.

Mistvoorlicht

Mistvoorlichten produceren een brede, laag gerichte lichtbundel. Je mag ze alleen gebruiken als het zicht ernstig wordt belemmerd door mist, sneeuwval of regen. Veel theoriebronnen hanteren circa 200 meter als richtlijn.

Infographic van een auto in dichte mist met mistvoorlichten aan: witte mistbanken omhullen de achterkant van de auto, terwijl twee lage brede warme lichtbundels vlak voor de bumper door de mist schijnen, met het groene mistvoorlicht-dashboardsymbool rechtsboven

Als de mistlichten branden, hoeft het dimlicht niet apart ingeschakeld te zijn.

Mistachterlicht

Het mistachterlicht is bijzonder fel en kan de bestuurder achter je verblinden. Gebruik het alleen als het zicht minder is dan 50 meter door mist of zware sneeuwval.

Het mistachterlicht mag nooit worden gebruikt bij regen β€” regen alleen vermindert het zicht niet tot onder de 50 meter zoals mist of sneeuw dat doet.
Nachtinfographic: auto van achteren in dichte mist met het mistachterlicht aan β€” één extreem fel rood mistachterlicht links dat door de mist straalt naast het zachte gewone achterlicht β€” met het gele dashboardsymbool voor mistachterlicht in de hoek

Dagrijlichten

Veel moderne auto's zijn uitgerust met dagrijlichten die automatisch inschakelen. Sinds 2011 moeten alle nieuw verkochte auto's in Europa dagrijlichten hebben. Dagrijlichten verbeteren de zichtbaarheid overdag, maar zijn niet voldoende in het donker of bij slecht weer β€” in die omstandigheden moet je overschakelen naar dimlicht.

Dagrijlichten mogen niet tegelijkertijd branden met andere verlichting aan de voorzijde.

Vooraanzicht van een moderne witte auto met dagrijverlichting aan: een dunne witte led-strip brandt in elke koplamp terwijl de koplampen zelf uit blijven

Achterlichten & Kentekenplaatverlichting

Achterlichten en kentekenplaatverlichting gaan automatisch aan wanneer je dimlicht, groot licht, stadslicht of mistlicht inschakelt.

Nachtinfographic: achteraanzicht van een auto met brandende rode achterlichten en een helder verlichte kentekenplaat tegen een donkere achtergrond

Remlichten

Remlichten gaan branden zodra je het rempedaal indrukt. Sinds 2001 moeten alle nieuwe auto's in Nederland een derde (midden) remlicht hebben.

Nachtinfographic: remmende auto bij nacht met beide remlichten en het hoge derde remlicht felrood brandend tegen een donkere achtergrond

Alarmlichten (Waarschuwingslichten)

Schakel je alarmlichten in wanneer:

Bij brandende alarmlichten is het plaatsen van een gevarendriehoek niet verplicht β€” maar het is wel verstandig voor extra veiligheid.

Nachtinfographic: auto schuin van achteren met de alarmlichten aan β€” de ambergele richtingaanwijzers op beide achterhoeken en de buitenspiegel knipperen tegelijk fel β€” met het rode alarmlichten-dashboardsymbool in de hoek

Richtingaanwijzers (Knipperlichten)

Geef ruim op tijd je richting aan, zodat andere weggebruikers je voornemen kunnen inschatten. Je moet richting aangeven bij elke belangrijke zijdelingse verplaatsing, waaronder:

Zet de richtingaanwijzer direct uit na het voltooien van de manoeuvre.

Nachtinfographic: zijaanzicht van een auto met de ambergele richtingaanwijzers fel knipperend aan de voorkant, op de spiegel en het spatbord, en aan de achterkant β€” het knipperlicht is ook vanaf de zijkant zichtbaar β€” met het groene richtingaanwijzer-dashboardsymbool in de hoek

Aanbevolen Afstanden voor Richting Aangeven


Achteruitrijlichten

Achteruitrijlichten verlichten het gebied achter het voertuig en waarschuwen anderen dat je achteruit gaat rijden. Ze moeten wit of geel licht uitstralen wanneer de achteruitversnelling is ingeschakeld.

Nachtinfographic: witte achteruitrijlichten branden aan de achterkant van een auto met een pijl naar achteren tegen een donkere achtergrond, ten teken dat de auto achteruit gaat rijden

Zie je witte of gele lichten aan de achterkant van een voertuig? Houd er dan rekening mee dat de bestuurder achteruit rijdt.


Zicht & Snelheid

Goed zicht is direct gekoppeld aan een veilige rijsnelheid. Op de autosnelweg is de maximumsnelheid doorgaans 130 km/u β€” maar alleen als de omstandigheden je toestaan ver genoeg vooruit te kijken om veilig tot stilstand te komen.

Vrije open autosnelweg bij 130 km/u met goed zicht

Verplichte Verlichting op een Personenauto

Je mag niet rijden als een van deze lichten defect is β€” ook niet overdag.

Een personenauto moet zijn voorzien van:

Lichtkleuren:


Signalen ter Afwending van Gevaar

Je mag met je lichten knipperen of toeteren om te waarschuwen voor dreigend gevaar β€” bijvoorbeeld een naderende botsing, een tegenligger die je verblindt met groot licht, of een voertuig dat 's nachts zonder verlichting rijdt. Onnodig toeteren (zoals iemand begroeten) is beboetbaar. Signalen mogen nooit langer duren dan noodzakelijk.


Deel 3: Lading & Ladingregels

Basisprincipes

Bij het vervoeren van lading gelden altijd drie basisregels:

  1. De lading mag het zicht van de bestuurder niet belemmeren.
  2. De lading moet goed vastgezet zijn en mag niemand in gevaar brengen.
  3. De lading mag de kentekenplaat of verlichting niet bedekken.

Maximale Voertuigafmetingen (Inclusief Lading)

Afmeting Limiet
Breedte 2,55 m (2,20 m op onverharde wegen)
Hoogte 4,00 m
Lengte (auto alleen) 12 m
Lengte (auto + aanhangwagen) 18 m
Infographic van maximaal toegestane voertuigafmetingen inclusief lading: auto met daklading op de autosnelweg 2,55 m breed en 4 m hoog, auto op onverharde weg 2,20 m breed, 12 m lang, 18 m met aanhangwagen

Deelbare vs. Ondeelbare Lading

Het onderscheid is belangrijk omdat ondeelbare lading ruimere uitsteekregels heeft dan deelbare lading.


Uitstekende Lading op een Personenauto

Infographic van toegestane uitstekende lading op een personenauto: bovenaanzicht van een auto met een dakladder die 1 m voor en 1 m achter uitsteekt, en een close-up van een fiets op een achterdrager die 0,20 m buiten de zijkant van de auto uitsteekt
Richting Deelbare lading Ondeelbare lading
Voor Mag niet uitsteken Max. 1 m
Elke zijkant Max. 20 cm Max. 20 cm
Achter Max. 1 m Max. 1 m

Uitstekende Lading op een Aanhangwagen

Schema in twee rijen van de uitsteekregels voor lading op een aanhangwagen: maximaal 3 m totale breedte, deelbare lading maximaal 1 m achter de aanhangwagen, ondeelbare lading tot 5 m achter de achterste as met een rood-wit markeringsbord; beide rijen tonen dezelfde kogelkoppeling tussen auto en aanhangwagen
Richting Regel
Voor (dissel) Er mag geen lading uitsteken
Zijkanten Ondeelbare lading mag uitsteken als dat noodzakelijk is voor het vervoer, mits de aanhangwagen inclusief lading niet breder wordt dan 3 m
Achter β€” deelbaar Max. 1 m achter de aanhangwagen
Achter β€” ondeelbaar Mag meer dan 1 m uitsteken, tot maximaal de helft van de lengte van de aanhangwagen gemeten vanaf de achterste as, met een absoluut maximum van 5 m

Voorbeeld: Een aanhangwagen van 6 meter staat toe dat ondeelbare lading tot 3 meter achter de achterste as uitsteekt (de helft van 6 m).


Markeringsborden voor Uitstekende Lading

Wanneer lading aanzienlijk uitsteekt, moet deze zichtbaar worden gemaakt met een markeringsbord β€” een bord met diagonale rood-witte strepen (7–10 cm breed), van minimaal 42 Γ— 42 cm.

Uitstekende lading gemarkeerd met een rood-wit markeringsbord

Uitstekend in de lengte: Een markeringsbord is vereist als de lading meer dan 1 meter aan de voor- of achterkant uitsteekt. Monteer het haaks op de rijrichting op het uitstekende gedeelte van de lading.

Uitstekend in de breedte: Als de lading meer dan 10 cm aan één zijkant uitsteekt, moeten markeringsborden aan zowel voor- als achterzijde worden geplaatst (niet vereist voor personenauto's). Alternatieve bordafmetingen zijn acceptabel (28 Γ— 56 cm of 14 Γ— 80 cm) zolang het oppervlak gelijkwaardig is.

Bij nacht: Een markeringsbord aan de voorkant moet een wit licht dragen, en aan de achterkant een rood licht.

Personenauto's zelf hoeven geen markeringsbord te gebruiken, maar de lading moet wel duidelijk zichtbaar zijn.


Lastdragers (Imperialen, Fietsendragers, Skiboxen)

Voor lastdragers gelden specifieke eisen:

Verlichting Lastdrager

Als de lastdrager of goederen de achterlichten bedekken, moet de lastdrager zijn voorzien van:


Samenvatting: Belangrijkste Examenpunten

Onderwerp Kernfeit
Rijbewijs B aanhangwagenlimiet Auto + aanhangwagen ≀ 3.500 kg gecombineerd (of aanhangwagen ≀ 750 kg ongeacht)
BE-rijbewijs Nodig bij gecombineerd gewicht > 3.500 kg
Dimlicht Verplicht in het donker, bij regen, mist, sneeuw, in tunnels
Groot licht Nooit bij tegemoetkomend verkeer; nooit overdag
Mistvoorlichten Alleen bij zicht < 200 m
Mistachterlicht Alleen bij zicht < 50 m (mist/sneeuw β€” nooit bij regen)
Dagrijlichten Niet voldoende in het donker
Parkeerlichten Alleen voor stilstaande voertuigen β€” geen rijverlichting
Max. afmetingen auto (incl. lading) 2,55 m breed Γ— 4 m hoog Γ— 12 m lang
Uitstekende lading β€” auto achter Max. 1 m
Uitstekende lading β€” aanhangwagen achter Tot 5 m (ondeelbaar, vanaf achterste as)
Markeringsbord Vereist bij lading die > 1 m voor of achter uitsteekt
Lastdrager brandstofeffect Tot +30% bij ongebruikt laten zitten
2. Het CBR theorie-examen 4. Voertuigtechniek
Test je kennis

Klaar om te oefenen? Test wat je hebt geleerd met examenvragen.